Hoeveel Gen-Z'ers hebt ge nodig om een lamp te vervangen? Vier! Eén om op die ladder te kruipen, en drie om het op Tiktok te zetten. Compleet waardeloos, die gasten. Dat schrijft 'werdt' met DT, denk dat alles vanzelf komt, heeft geen kritische mening, en dommelt in als iets langer dan 7 seconden duurt. En Andrew Tate natuurlijk.
De oplossing? Géén sociale media meer voor jongeren. Aldus de digidino's van politici die zich op diezelfde sociale media als een kleuter gedragen.
Tegenstanders van een verbod halen terecht aan dat het technisch al niet vanzelfsprekend is om de leeftijd van een gebruiker te controleren. Het is tevens een fluitje van een cent om het te omzeilen.
Een goed idee, dus?
Eerst en vooral worden verschillende problemen op een hoop gegooid. Hieronder vind je er alvast vijf, maar het volledig lijstje is minstens dubbel zo lang.
Jongeren kunnen in aanraking komen met extreem gewelddadige inhoud.
Jongeren kunnen gepest worden via sociale media.
Jongeren kunnen in een filter bubble terechtkomen waardoor ze, in hun volle ontwikkeling, niet langer in aanraking komen met evenwichtige informatie.
Jongeren kunnen in aanraking komen met onrealistische standaarden omtrent rijkdom en uiterlijk, wat kan leiden tot een reeks van psychologische klachten.
Jongeren kunnen in aanraking komen met short form content, AI-gegenereerde slop en verslavende gebruikspatronen waardoor ze verslaafd geraken aan hun scherm.
Da’s een hele pak problemen dat we oplossen als we jongeren van sociale media weghouden, niet?
Maar: met een verbod lossen we die problemen niet op, én we dreigen het kind met het badwater weg te gooien.
Zowat alles is een sociaal medium
Neem nu de eerste twee problemen: gewelddadige inhoud en cyberpesten.
Dat is niet nieuw.
In mijn puistenjaren ging rotten.com vlot over de lippen, en maakten we elkaar het leven zuur via de WhatsApps avant la lettre: MSN Messenger, ICQ, mIRC. Kwam je een internetcafé binnengewandeld, dan rook het daar naar Clearasil, Red Bull en chips en werden de ranzigste scheldwoorden uitgewisseld tijdens een spelletje Counter-Strike of Medal of Honor.
Facebook, Snapchat en Tiktok: dat bestond nog niet. “Sociale media” stond zelfs nog niet in ons woordenboek.
Gezien deze discussie moeten we de vraag stellen: wat is een sociaal medium? Is Youtube een sociaal medium? Is Telegram een sociaal medium? HLN, met zijn eindeloze stroom aan reacties onder elk artikel: is dat een sociaal medium? Anno 2025 kan je een kattenbak met het internet verbinden en real-time kattenstront met de wereld delen.
Om jongeren te beschermen tegen cyberpesten en extreme beelden moet je sociale media dan ook héél ruim interpreteren. Nagenoeg alles dat op het internet is aangesloten is een “sociaal medium”, waardoor een verbod erop een hellend vlak kan zijn.
Het begint bij jongeren hun Tiktok en het eindigt bij hun emails. Cyberpesten en de blootstelling aan extreme beelden, dat krijgt ge hiermee niet opgelost.
Digidiarree
Dat brengt mij bij de andere drie problemen: radicalisering, psychologische klachten en verslaving.
Al deze problemen zijn terug te brengen tot het business model van de bedrijven achter de sociale media.
Want wanneer techbedrijven advertenties tonen, is onze aandacht het product dat verkocht wordt aan de hoogste bieder. Deze platformen hebben dan ook maar één doel: gij en uw kinderen zo lang mogelijk naar dat kaske doen staren en zoveel mogelijk advertenties bekijken.
Hoe doen ze dat?
Elke swipe, klik of tap, en elke seconde dat die zoon of dochter van u naar een filmpje kijkt wordt geregistreerd. Al deze informatie dient als input voor een algoritme, dat voor elke gebruiker een op-maat-gemaakte feed genereert, inclusief de advertenties die het meest waarschijnlijk tot een aankoop zullen leiden.
Voor elke tiener die een seconde naar dat scherm staart rinkelt de kassa. Geen wonder dat die platformen worden ingericht als een dopaminecasino. Elke swipe kan namelijk een nog leuker filmpje of foto tonen, dat ge niet moogt gemist hebben.
Ook voor de gewone sterveling valt er geld te verdienen in de aandachtseconomie. Wie voldoende views of clicks genereert mag mee aan de pot van advertentie-inkomsten zitten, of gooit het op een akkoordje met Unilever om een tube badschuim aan te prijzen.
Geen wonder dat velen zichgeroepen voelen om influencer of content creator te worden, maar slechts weinigen zijn uitverkoren.
In die gigantische vijver van digitale troep kan je je namelijk onderscheiden door te creëren wat volgens het heilige algoritme gebruikers aan hun schermpje zal kluisteren in die gepersonaliseerde feeds. Extreme beelden en verontwaardiging doen het typisch goed. Een tirade over homo's of marokkanen, een filmpje van een idioot die aan een flatgebouw hangt te bengelen, een "ugly truth" over lizard people, of foto's van lippen, wangen en een voorhoofd vol botox. En dan hebben we 't nog niet over de ronduit vreemde AI beelden die tegenwoordig overal tussenkruipen.
De gevolgen zijn niet te overzien.
Die oneindige stroom aan digidiarree vertekent het beeld dat wij, maar vooral die jonge kneedbare breintjes, van de mens en van de wereld hebben. Als je dacht dat enkel volwassenen polariseren en elkaar te lijf gaan met het toetsenbord op Facebook, dan zijt ge goed mis. Voor het eerst stellen tieners verworven rechten zoals gendergelijkheid en het holebihuwelijk weer in vraag. Terwijl jonge generaties typisch idealistisch en progressief zijn, duiken ze tegenwoordig knetterrechts voor de eerste maal het stemhokje in. Kruip maar eens uit zo’n fascistische bubbel, hé.
Ten tweede ontplooit zich een wereldwijde pandemie van depressie en andere geestelijke gezondheidsproblemen onder de jeugd. Zou ge ook niet somber zijn, als ge opgroeit met dat kaske in uw broekzak als spiegel van de maatschappij? Als ge moet concurreren met de rest van de wereld voor een streepke aandacht? Wanneer uw digitale voetafdruk een persoonlijke CV is die het verschil kan maken als ge later solliciteert voor een job waarmee ge héél misschien genoeg verdient om een huis te kopen.
Ten derde verworden al die jonge hersencellen tot structuurloze pulp. Terwijl de tienerperiode een ideaal moment is om generaties-oude, of wetenschappelijk kennis over te dragen om dat brein in een plooi te leggen, moeten leerkrachten, langspeelfilms en boeken opboksen tegen de dopaminebingo in de broekzak. Contextloze foto's en korte hyperactieve filmpjes vervangen een taxonomie van de wereld, in- of dedeductieve leermethoden, of de opbouw van een plot. Studenten kunnen geen kritisch stuk meer schrijven, of denken het te kunnen overlaten aan hun AI-assistent.
Gelukkig zijn er nog steeds sociale media waar verbondenheid centraal staat. Kijk naar BlueSky, waar hoffelijkheid en factueel juiste informatie de regel zijn. Er zijn ontelbaar veel subreddits over geschiedenis, wetenschap en maatschappij. Die worden geregeld door formele gedragscodes en informele regels, en worden gemodereerd door vrijwilligers die de shit eruit houden. En dan zijn er nog tal nichefora waar jongeren met psychologische problemen hun ervaringen delen en elkaar steunen.
Ook dàt zijn sociale media.
Met een verbod voor jongeren erop dreigt men het kind met het badwater weg te gooien.
Daarom moeten we ‘t over een andere boeg gooien: we steken het “sociale” terug in “sociale media” door de bedrijven erachter te verplichten om hun businessmodel aan te passen voor minderjarigen.
Steek het sociale terug in de media
Voor heel wat beleidsmakers is het verbieden van sociale media dan ook een verleidelijke keuze om van al dat onheil af te zijn. Echter: de oplossing bestaat erin om het "sociale" terug in sociale media te steken.
Beleidsmakers moeten tech-platformen verplichten om chronologische feeds aan te bieden bij minderjarigen. Niet aan de hand van een goed verstopte knop op pagina 32 van te algemene bepalingen, maar door proactief minderjarigen op te sporen. Dat kan door het expliciet aan hun gebruikers te vragen, of door algoritmes in te schakelen die minderjarigen detecteren (en ja, dat kan).
In de Verenigde Staten nemen progressieve staten het voortouw: in New York keurde men de Stop Addictive Feeds Exploitation (SAFE) for Kids goed. In California doen ze ‘t met de Protecting Our Kids from Social Media Addiction Act.
Met deze ingrepen maken we sociale media weer sociaal en geven we jongeren de middelen om zelf op zoek te gaan naar wat hen interesseert, om zich bloot te stellen aan verschillende meningen, om niet alleen onrealistische en extreme beelden te consumeren, maar ook gedwongen worden om de saaiheid van de wereld te beleven: de foto's en de filmkes van tante Carine haar laatste trip naar Venetië, het eindeloze linkse gezeur van nonkel Herman die zijn hippyjaren nooit achter zich liet, maar ook de posts van de bands, artiesten, kunstenaars en schrijvers waar ze zich eigenhandig op abonneerden.
We moeten weer actief aan de slag met het internet en met sociale media, in de plaats van passief languit in de zetel te consumeren wat het algoritme door ons en hun netvlies jaagt.
Door sociale media te verplichten chonologische feeds aan te bieden, en jongeren (én hun ouders) aan te moedigen om die kans te grijpen kan er een generatie opgroeien die kritisch met woord en beeld op het internet omgaat.
En eerlijk gezegd, ook boomers kunnen daar iets van leren.